Op 4 juli 1926 richtten drie broers in Bologna een bedrijfje op dat radio-onderdelen maakte. Honderd jaar later is diezelfde naam wereldberoemd om iets heel anders, en voor die mijlpaal volstaat geen jubileumsticker. Ducati koos voor iets extremers: de meest extreme motor die het merk ooit heeft gebouwd. De Superleggera V4 Centenario is deze week onthuld, en na het doorspitten van de specificaties snap je waarom motorliefhebbers wereldwijd erover praten.
Van radio-onderdelen tot MotoGP-titels
Dat Ducati precies vandaag honderd bestaat, is geen toeval van marketing. De geschiedenis van het merk begint met de Società Scientifica Radio Brevetti Ducati, opgericht door Adriano, Bruno en Marcello Cavalieri Ducati. Ze bouwden condensators en radiobuizen, geen motoren. Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Italië op zoek was naar betaalbaar vervoer, begon de fabriek in Borgo Panigale met kleine hulpmotertjes voor fietsen. Van daaruit groeide het bedrijf uit tot een van de meest gedecoreerde merken in het wereldkampioenschap superbikes en MotoGP. Die spagaat tussen elektronica-precisie en racesnelheid zie je nog steeds terug in alles wat Ducati vandaag de dag bouwt.
173.000 euro voor 500 exemplaren
De Superleggera V4 Centenario komt er in een oplage van precies 500 genummerde exemplaren, aangevuld met 100 extra stuks in de kenmerkende Tricolore-kleuren. In Nederland kost de motor 173.000 euro, inclusief kenteken. Onder de carbon kuip zit een handgebouwde Desmosedici Stradale R van 1.103 cc, goed voor 228 pk bij 14.500 toeren. Met het racekit erop loopt dat op tot bijna 248 pk, terwijl het gewicht daalt naar 167 kilo. Ter vergelijking: dat is minder dan veel middenklasse scooters wegen.
Voor het eerst carbon-keramische remmen op een straatlegale motor
Het meest opvallende technische detail zit niet in de motor, maar in de remmen. Ducati monteert als eerste fabrikant ooit carbon-keramische remschijven op een straatlegale motorfiets. Dat materiaal, bekend uit de Formule 1 en supercars zoals de Ferrari SF90, houdt zijn remkracht constant vast bij extreme temperaturen, iets waar traditioneel staal juist op inlevert na een paar harde afremmingen achter elkaar. Ook de voorvork is nieuw: Öhlins leverde speciaal voor dit model 43 mm binnenbuizen van carbonvezel, iets dat nog nooit eerder op een productiemotor zat. Voor een dagelijkse rijder is dat verschil misschien niet voelbaar, maar op een circuit, waar de remmen tien tot vijftien keer per ronde tot het uiterste worden belast, maakt constante remkracht het verschil tussen een snelle ronde en een uitglijder in de bocht.
Het is een aanpak die je bij meer merken ziet die hun beste bod doen voor een jubileum of vlaggenschip. Denk aan hoe fabrikanten van buitenboordmotoren voor de zwaarste watersportcondities kiezen: lees ook waarom een Yamaha-buitenboordmotor als betrouwbare keuze geldt voor een vergelijkbaar verhaal in een heel andere niche.
Een chassis dat bijna volledig van carbon is
Waar eerdere Superleggera-modellen nog een aluminium frame combineerden met carbon onderdelen, gaat de Centenario een stap verder met een volledig carbon chassis. Het front, het subframe en de bevestiging van de kuip wegen daardoor 2,2 kilo minder dan bij de gewone Panigale V4. Ducati verving ook de kenmerkende eenzijdige achterbrug, die dertien jaar lang op elk Superleggera-model zat, door een nieuwe tweezijdige swingarm die 21 procent lichter uitvalt. Het resultaat is een motor die aanvoelt als een racemachine met kenteken, precies de bedoeling.
Tien extra motoren voor wie de Centenario misloopt
Niet iedereen heeft 173.000 euro liggen, en daar heeft Ducati ook aan gedacht. Naast de Superleggera V4 Centenario lanceert het merk de Collezione 100: tien motoren die elk een belangrijk moment uit honderd jaar Ducati-geschiedenis naspelen, van historische racelivery's tot Alcantara zadels met geborduurd logo en bronskleurige remklauwen. Van elk model bouwt Ducati precies 100 exemplaren. Voor wie liever iets toegankelijkers zoekt op vier wielen in plaats van twee, is het trouwens ook de moeite waard om te kijken naar wat een Skoda Karoq via private lease kost, een stuk minder exclusief, maar wel een stuk realistischer voor de meeste garages.
De feestelijkheden rond het jubileum vinden dit weekend plaats tijdens World Ducati Week in Misano, waar duizenden Ducatisti samenkomen. Wie zelf graag met techniek en gear bezig is, vindt trouwens ook aardig wat overlap met de vetste watersportgadgets van dit jaar: dezelfde obsessie met lichte materialen en scherpe techniek, alleen dan op het water.
Waarom dit meer is dan een verjaardagscadeau
Het makkelijke verhaal is dat een jubileum vraagt om een spektakelstuk, en dat Ducati dat gewoon heeft afgeleverd. Het interessantere verhaal is dat vrijwel elke technische primeur op de Centenario, van de carbon-keramische remmen tot de nieuwe swingarm, over een paar jaar waarschijnlijk in aangepaste vorm terugkomt in de reguliere Panigale- en Streetfighter-modellen. Zo werkte het ook bij eerdere Superleggera's: de vorige generatie introduceerde technologie die inmiddels standaard is op goedkopere modellen in de line-up. Honderd jaar geschiedenis wordt hier dus niet alleen gevierd, het wordt gebruikt als excuus om grenzen te verleggen die het hele merk uiteindelijk verder helpen.
Dat is meteen ook de reden waarom een motor van 173.000 euro relevant is voor iemand die zelf nooit op een Superleggera zal rijden. Een fabrikant die honderd jaar overleeft, van radiobuizen tot MotoGP-titels, doet dat niet door stil te blijven staan bij wat al goed genoeg was. De Centenario is het bewijs dat Ducati nog altijd bereid is om het duurste en moeilijkste te bouwen, puur om te zien hoever de techniek reikt. De rest van de line-up plukt daar de komende jaren de vruchten van.